1994 – 1999 Logistieke School amsterdam & Brugge

Op de logistieke school kreeg ik de functie van onderwijsontwikkelaar waarvoor ik eerst nog een cursus kreeg van 29 weken bij de School voor Bedrijfsvoering en Onderwijs (SVBO) te Den Helder.

De functie onderwijsontwikkelaar heeft de volgende taken :

  1. Ontwikkelen van lessen en examens voor de eerste vakopleiding LDV (EVOLDV)
  2. Ontwikkelen van lessen en examens voor de voortgezette opleiding LDV (VVOLDV)
  3. Ontwikkelen lesmethodieken voor instructeurs EVO en VVO
  4. Afnemen van examens EVO en VVO
  5. Evaluatie van lessen en leerlingen door middel van een computer programma.
  6. Terugkoppeling met de praktijk en het geven van adviezen.

Toen ik op de logistieke school aantrad was het bureau onderwijsontwikkeling bemand met 2 sergeant-majoors en een sergeant. Binnen korte tijd zat ik door reorganisaties alleen. De werkdruk nam zulke buitensporige proporties aan dat je wel genoodzaakt was sommige deel functie´s niet uit te voeren. Zo werd de evaluatie d.m.v een computerprogramma op een laag pitje gezet.Ook kwamen er niet uitvoerbare plannen zoals het bekorten van de lestijd naar acht weken.Elke week veranderden de plannen wel om tot een goed met de praktijk afgestemd lesprogramma te komen.Er kwamen allerlei bijfuncties bij zoals het deelnemen van controles bij het opwerken van schepen ter ondersteuning van de Commandant fregatten(CFREGRON) en het ondersteunen bij de invoering van de kwaliteitszorg een voorloper van de HACCP(Hazard Analyses Critical Control Points) Deze functies kosten ongeveer 5 werkdagen per maand dus was je 25 % van je werktijd met andere dingen bezig. Voorts was je met het afnemen van examens eerste vakopleiding elke twee weken ook 2 dagen bezig wat er dus op neer komt dat je de helft van de tijd niet aan het ontwikkelen van lesmethodieken toekwam.

Tijdens deze periode opende de marine de dependance in Brugge waar we ook 24 leerlingen eerste vakopleiding leerlingen gingen opleiden met alle problemen van dien zoals het vervoer, de slechte accommodatie, het huisvesten van instructeurs in slechte accommodatie enz.Het was een hele opgave voor de toenmalige instructeurs ter plaatse om hun functie naar behoren te kunnen vervullen want de terugkoppeling naar Nederland verliep stroef.

Door het bezuinigingsbeleid van de toenmalig zittende minister van defensie werden de opleidingen met 25 % in tijd gekort wat weer inhield dat het lessenpakket ook moest worden aangepast.De volgende lespakketten werden aangepast of vernieuwd De praktijklessen: Restaurant, koude keuken, kleine keuken en grootkeuken. De theorielessen: Apparaten & gereedschappen, Drankenleer, Menu & serveerkunde, Keukentheorie, Warenkennis, Hygiëne en HACCP

We waren daar koud mee bezig ( ik kreeg tijdelijk de beschikking over Sergeant ldv Dolf Klein) of de logistieke school in Amsterdam werd opgeheven en ging op in de Commissariaatschool te Brugge. Maandag telefoon en dinsdag op naar Brugge waar we twee weken met onze duimen zaten te draaien omdat er geen infrastructuur was, geen gebouw, geen bureaus, geen computers, geen reproafdeling eigenlijk dus niets om je functie behoorlijk uit te oefenen. De samenwerking met de Belgische mensen in de top ging gebukt onder de gedachte dat “die Ollanders” het wel even kwamen overnemen. De Nederlandse Detachement Commandant (in 1996 LTZ2oc Jan.Sinke) had er het redelijk moeilijk mee en het kwam dan ook tot meningsverschillen. Met zowel de Nederlandse als Belgische instructeurs op de werkvloer hadden we helemaal geen malheur want betere collega’s kun je je gewoon niet wensen. Helaas moest ik deze school vervroegd verlaten in verband met Burn out. De jarenlange werkdruk en pressie van mijn toentertijd leidinggevende chef hadden daartoe geleid. Ik hoop dat men nog wat heeft aan de toen opgezette lesstructuren en lesprogramma’s EVO en VVO.

Collega,s in Amsterdam Dhr Koen Esveldt, Adjudant Jan Westein en Henk Carsjens(†),  Frits van Erven, John Slob, Peter Eulderink, Mees van der Meulen, Anton Meier, Marcel Kuiper, Ton Quaedvlieg, Ben Goldewijk, John Fisher(†), Frank Warnink, Kees de Vreede, Albert Schenkel, Marco van der Wal, Ruud Louer, Hans de Roo, Arjo Verseveld, Aad Hemelrijk, Jerry Leenders en Bart Vriesinga.

Belgische collega’s in St. Kruis: Chef Saint-Remy, Marcel Storm, Peter Vanqoilli, Franky Verfaille, Liliane Vansimpson, en last but not least Chantal de Bot Nederlandse collega’s in St. Kruis : Ruud van Leeuwen, Rinus van Stee, John Slob, Ton Quaedvlieg, Ben Goldewijk, John Fisher(†), Anton Meier, , Ruud Louer, Marco van der Wal, Jerry Leenders, Mike Hamminga, Teus van Loenen, Mees van der Meulen en Bart Vriesinga.

Naast de EVO biedt Brugge trouwens ook een 29 weken durende Voortgezette Vakopleiding, waaraan maximaal zestien leerlingen kunnen deelnemen. Na voltooiing daarvan volgt de korporaalsrang. Op verzoek valt er ook nog een zes weken durende cursus Bakkerij te volgen. En zelfs aan de bediening van een mobiele veldkeuken is gedacht. De cursist wordt daarvoor in één week klaargestoomd.

Het vervroegd verlaten van de commissariaatschool had onder meer te maken met de hoge werkdruk, de onvriendelijke  benadering van het toenmalig hoofd van het Nederlandse Detachement en het ondergraven van mijn functie door de toenmalige sergeant die dacht dat hij vervroegd  op de commissariaatschool tot sergeant-majoor zou worden bevorderd niet wetende dat zijn majoorsfunctie was teruggebracht naar een sergeants functie. Hij dacht als de majoor nu weggepest wordt dan schuif ik door naar de majoorsfunctie. Maar toen ik weg was kwam er gewoon een andere majoor LDV die mijn functie ging uitvoeren.
 

Sociaal Medische Dienst Koninklijke Marine(SMD)

Vanwege het vervroegd verlaten van de commissariaatschool werd ik geplaatst bij de SMD (Sociaal Medische Dienst) te Driehuis bij Haarlem. Je word automatisch bij deze dienst geplaatst als je langer dan zes weken ziek bent. Deze dienst verzorgt de begeleiding en mogelijke terugkeer in het arbeidsproces van patiënten bij de KM

De mensen die onder de SMD lopen hebben bij de Koninklijke Marine een slechte naam want meestal word je al gauw geassocieerd als iemand die de kantjes er vanaf loopt, werkschuw bent of van een andere kwalijke eigenschap word beticht. Dit is echter een groot misverstand want de meeste mensen komen zonder eigen schuld onder deze dienst te vallen zoals zij die een levensbedreigende ziekte hebben, gewond zijn geraakt bij een vredesmissie of een ongeluk hebben gehad. Aan deze dienst zijn allerlei begeleiding artsen en fysiotherapeuten verbonden.

Ik kreeg als eerste een begeleiding officier toegewezen die alle mogelijke problemen probeert op te lossen zoals problemen bij het verkrijgen medicijnen, verzorging van declaraties, de terugkeer uit België, het vinden van passende woonruimte, enz, enz. Bij mijn intake gesprek kreeg ik na een gedegen onderzoek van mijn kolonel arts te horen dat ik een Burnout had opgelopen en dat ik eerst maar eens zes weken tot rust moest komen. Ik kreeg Seroxat medicijnen mee. Dit zijn antidepressiva medicijnen.

Tot mijn FLO (Functioneel Leeftijd Ontslag) ben ik onder de hoede van de SMD gebleven. De SMD heeft mij fantastisch geholpen om er weer bovenop te komen. Het heeft ondermeer invloed gehad op mijn assertiviteit, ik laat niet meer zo over mij heen lopen en als mij iets niet bevalt zeg ik het direct. het maakt het leven een stuk makkelijker nee is nee.

Marinekazerne “Vlissingen”

Met behulp van de SMD werd ik een jaar voor mijn FLO eerst geplaatst bij de van Ghentkazerne te Rotterdam maar dat was geen goede oplossing daarna werd ik geplaatst bij de Marinekazerne “Vlissingen” waar ik niet echt een functie heb bekleed. De kazerne in Vlissingen ondersteunde de werf “De Schelde” welke marinefregatten aan Koeweit had verkocht  omdat ook met de verkoop van Fregatten de bemanningen van deze schepen in Vlissingen werden opgeleid en deze mensen gehuisvest moesten worden. Ik heb een beetje het beheer over een kledingmagazijntje gedaan want de 600 Koeweiti´s werden ook door de Koninklijke Marine gekleed. Met de Bottelarij waar eerst Sergeant Martin van der Meer en later Sergeant John Slop en Korporaal Holm de scepter zwaaiden had ik niks van doen.. Een echte dag taak had ik niet in Vlissingen. Vaak verliet ik de zaak vroeg in de middag daar er toch geen werkzaamheden waren en kon ik zo al wennen aan mijn pensioen. Er werd voor de Koeweiti´s apart gekookt in een apart kombuis/restaurant dat gerund werd door de firma Eurest. Voor de vaste bemanning werd elders gekookt. Vlissingen was een rustige mooie gemoedelijke plaatsing ver van alle hectiek.

Op 1 mei 1999 heb ik de Koninklijke Marine vanuit de Marine Kazerne Vlissingen verlaten

jan pasfoto